Terug

Auteur:
Ralf Bleekveldt

De Duitse Les

Ralfs Blog

17-Feb-2026

Auteur:
Ralf Bleekveldt

De Duitse les

 Als land hebben we nogal de neiging ‘naar links’ te kijken, als we iets van andere landen willen leren. Letterlijk. Zeker als het om ‘good practices’ gaat bij maatschappelijke problemen, oriënteren we ons meestal op de Angelsaksische landen en negeren we ons oostelijke buurland Duitsland flink. Het gevolg waarschijnlijk van het feit dat we - dankzij de televisie - beter Engels spreken dan Duits.

Dus toen Duitsland in 2016 de AlphaDekade lanceerde - de grote campagne tegen laaggeletterdheid - werd dat hier ten lande nauwelijks opgemerkt. Merkwaardig. Niet omdat het probleem daar groter zou zijn dan hier, maar omdat men er iets deed waar wij toch wat huiverig voor waren: laaggeletterdheid expliciet benoemen als een nationaal vraagstuk dat een lange adem vereist. Geen pilot, geen tijdelijk project, maar tien jaar beleid.

Het bleef daarbij niet bij mooie woorden alleen. De federale overheid stelde over de looptijd van de AlphaDekade in totaal tot circa 180 miljoen euro beschikbaar voor onderzoek, projecten, coördinatie en praktijkontwikkeling. Dat kwam neer op grofweg 15 tot 20 miljoen euro per jaar. Daarmee maakte Duitsland duidelijk: dit is geen loos gebaar of symbolisch beleid, dit is een serieuze investering in een hardnekkig maatschappelijk probleem.

Nu de tien jaar voorbij is en de AlphaDekade richting haar einde loopt, ligt er sinds kort een evaluatierapport. Een terugblik, maar met de kracht van een vooruitblik. De centrale vraag voor experts in het veld (en vast ook voor de overheid, die momenteel elke cent kan gebruiken) was: kunnen we er nu mee stoppen?

Het antwoord is ondubbelzinnig nee.

Wat het rapport scherp laat zien, is dat laaggeletterdheid geen tijdelijk verschijnsel is. Het verdwijnt niet vanzelf doordat jongeren tegenwoordig beter onderwijs krijgen. Het wordt ook niet opgelost door digitalisering. Integendeel. Nieuwe instroom, veroudering en steeds complexere systemen zorgen ervoor dat de groep volwassenen met beperkte basisvaardigheden structureel blijft bestaan.

Het is duidelijk dat de AlphaDekade veel heeft opgeleverd: meer aandacht voor de oorzaken van laaggeletterdheid, betere samenwerking tussen overheden en partners, opgebouwde expertise. Tegelijk is het rapport kritisch. Te veel initiatieven waren tijdelijk en projectmatig. En daar komt ook het opgestoken vingertje om de hoek voor wat betreft de toekomst. Als de nationale regie wegvalt, valt alles weer uiteen. Expertise verdwijnt, netwerken lossen op en de doelgroep raakt opnieuw uit beeld.

Een vergelijking met Nederland is onvermijdelijk (en daarom schrijf ik er over). Ook wij hadden zo’n nationaal programma (dat overigens inmiddels zonder slag of stoot beëindigd is), Tel mee met Taal. Ook wij weten, uit PIAAC en ander onderzoek, dat ons land een grote groep volwassenen kent die moeite heeft met lezen, schrijven en andere basisvaardigheden. En ook bij ons is de aanpak - en  nu weer helemaal - grotendeels tijdelijk, versnipperd en afhankelijk van projecten.

Het zou dus fijn zijn, en zeer verstandig, als Nederlandse betrokkenen dit Duitse rapport dan ook niet zien als een of ander ‘buitenlands document’, maar vooral als een spiegel.

Want structurele problemen verdwijnen niet met tijdelijke oplossingen. Zolang we laaggeletterdheid blijven aanpakken via losse subsidies en kortlopende programma’s, blijft het probleem terugkomen. Dat is geen falen van uitvoerders, maar van het systeem waarin zij moeten werken.

Een tweede les is dat basisvaardigheden geen onderwijsniche zijn. In Duitsland wordt expliciet gesteld dat het niet alleen gaat om leren lezen en schrijven, maar om het functioneren in een complexe samenleving. Werk, zorg, digitalisering en burgerschap spelen allemaal een rol. Zolang wij laaggeletterdheid vooral als een onderwijsprobleem blijven framen, blijven we mensen over het hoofd zien.

En dan is er nog een derde, ongemakkelijke les. Wat werkt, zo blijkt uit de evaluatie, is niet het eindeloos oefenen van losse vaardigheden, maar leren in betekenisvolle context. Echte teksten. Echte situaties. Echte doelen. Dat botst met een praktijk die vaak het leren versmalt tot woordjes, formulieren en invuloefeningen.

Uiteindelijk dwingt de Duitse evaluatie tot een vraag die ook Nederland zich zou moeten stellen: willen we dit probleem echt oplossen, of willen we het vooral beheersen? Zolang beleid tijdelijk blijft en verwachtingen laag zijn, blijven we rond dezelfde cijfers cirkelen.

Wie een maatschappelijk probleem wil verkleinen, moet bereid zijn het serieus te nemen. Niet met het volgende project, maar met koppig volhouden.