Auteur:
Ralf Beekveldt
De razendsnelle sprint van AI
Ralfs Blog
04-Aug-2026
Auteur:
Ralf Beekveldt
De razendsnelle sprint van AI
In het onderwijs is men inmiddels goed wakker. Vrijwel iedere week verschijnt er in de media een nieuw bericht over ChatGPT of een andere AI-toepassing. Leraren, directies, voorzitters van onderwijsbonden - de hele goegemeente zit met de handen in het haar. Terecht. Studenten zouden massaal hun scripties laten schrijven. Docenten zouden niet meer kunnen vaststellen wat nog eigen werk is. Universiteiten zoeken naar nieuwe regels en nieuwe vormen van toetsing.
Het zijn zorgen waar je je wat bij kunt voorstellen. Eeuwenlang heeft het onderwijs zich als hoeder van de kennisoverdracht beschouwd en ja, met een sneltreinvaart heeft AI die taak overgenomen en, zonder vooroverleg, de spelregels fundamenteel veranderd. In enkele seconden produceert een taalmodel een samenvatting, een essay of een eerste versie van een onderzoeksvoorstel. Weg is ineens dat betrouwbare controlemodel om te zien of een student of leerling de stof beheerst.
Ga er maar aan staan; dat vraagt om een stevige heroriëntatie. En dan niet een die zich op een gezapig drafje mag ontwikkelen, maar één die bij voorbaat eigenlijk al achterhaald is. De snelheid waarmee AI zich ontwikkelt, is die van de mens allang voorbij.
Gelukkig is onderwijs nooit alleen kennisoverdracht geweest. Onderwijs is in de basis vorming. Het is de plaats waar mensen leren zorgvuldig te denken, hun oordeel te ontwikkelen, argumenten te wegen en hun verantwoordelijkheid daarin te nemen. En uiteindelijk leren zij ook de verleiding van het te snelle antwoord te weerstaan. Juist de inspanning van het zoekende nadenken – het lezen, herschrijven, twijfelen en opnieuw beginnen – creëert vaak het inzicht dat geen enkele machine of algoritme kan leveren.
Dat is de paradox van AI. Hoe beter de technologie wordt, hoe belangrijker de menselijke eigenschappen worden die zich niet laten automatiseren. Oordeelsvermogen, integriteit, doorzettingsvermogen, verbeeldingskracht, wijsheid. Alles waarbij AI voorlopig nog het nakijken heeft.
Misschien moeten we dus ophouden met ons de vraag te stellen of studenten AI mogen gebruiken. Natuurlijk gaan zij dat doen. Dat proberen tegen te houden is een bij voorbaat verloren strijd. Net zoals niemand nog zonder internet studeert, zal straks niemand meer zonder AI werken. Het verbieden ervan is even weinig realistisch als het verbieden van zoekmachines twintig jaar geleden.
Nee, het onderwijs zal studenten moeten leren hoe zij AI verstandig gebruiken zonder hun eigen denkvermogen uit handen te geven. Dat wordt de grote uitdaging van de toekomst; de grote intellectuele luiheid, gemakzucht en uniformiteit die op de loer ligt, tegen te gaan. Niet de machine moet het laatste woord hebben, maar de mens. De snelheid van het antwoord is niet beslissend, maar de kwaliteit van het oordeel.
Dat vraagt nogal wat van het onderwijs, en van de uitvoerders ervan, de docenten. Hun rol verschuift van kennisoverdrager naar begeleider, uitdager en voorbeeld. Niet langer het correcte antwoord centraal stellen en juist de goede vraag vooropstellen. Minder controleren of een tekst door een student is geschreven, maar onderzoeken of een student werkelijk begrijpt wat hij schrijft en beweert.
Misschien is dat de onverwachte winst van deze rappe technologische revolutie. AI dwingt het onderwijs terug te keren naar zijn oudste opdracht: niet het vullen van hoofden, maar het vormen van mensen.

Nederland
Vlaanderen